Laughing with God

No one laughs at God
when the cops knock on the door
and they say ‘we’ve got some bad news, sir’

Ik heb dit nummer eerder aangehaald, toen er in 2014 een vliegtuig uit de lucht werd geschoten. Dit keer is er heel ergens anders iets anders heel ergs gebeurd, en moest ik er – niet toevallig – weer aan denken.

No one’s laughing at God
When it’s gotten real late
And their kid’s not back from the party yet

Ik neusde vandaag wat rond in het wespennest dat Twitter heet en zag daar de beschuldigende vinger in de richting van de islam, feitelijk nog voor er enige daderinfo of ook maar iets over motieven bekend was gemaakt.

En daarom moest ik weer aan dit nummer denken.

No one laughs at God in a hospital
No one laughs at God in a war
No one’s laughing at God when they’re
starving of freezing or so very poor

Want het probleem is niet de islam. Het probleem is extremisme. En ik ben ervan overtuigd dat er in Europa ook veel meer extremisme zou ontstaan als wij honger hadden, in oorlog leefden of ontheemd waren.

Het probleem is wanhoop. Iemand die geen zekerheden heeft, zal zekerheden zoeken.

Ik geloof niet in God, maar ik gun ieder zijn religie: geloof wat je wilt, zolang het een ander niet schaadt of belemmert. En ik zou willen dat iedereen de luxe en de vrijheid had om in veiligheid grappen te maken over God. Dan zou de wereld af zijn.

But God can be funny
At a cocktail party
When listening to a good God-themed joke

[Regina Spektor – Laughing With]

Schotland – niets dan liefde

It’s no more my step will wander
It is there I’ll go and then
I will find all I long for yonder
When the heather bells will bloom again
The Real McKenzies – Heather Bells

In september was ik in Schotland: Stirling, Oban, Gometra, Tobermory, Fort William, Inverness. Na een rugbyweekend in Glasgow in 2014 en een tripje naar Edinburgh in 2015 was dit eindelijk echt Schotland: de hooglanden, de eilanden, de natuur, de whisky, de rust, de mist, de schoonheid…

Op de middelbare school heb ik een tijdje een Schotland-fase gehad. Iets aan dit land oefende een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me uit, hoewel ik er nog nooit was geweest. Was het het Gaelic, de Schotse geschiedenis, de ruige natuur, de folklore? Mijn Schotland-fase ging voorbij (gelukkig maar – ik zou die felrode broek met tartanprint nu toch niet meer aan durven), maar de liefde bleef, op de achtergrond.

Twee jaar terug ging ik met mijn rugbyteam naar Glasgow. Mijn geliefde was enigszins jaloers, want hij wilde ook naar Schotland, en nu ging ik zonder hem. Ik wilde best nog eens, en zo besloten we het jaar daarop naar Edinburgh te gaan, voor een Six Nations-wedstrijd. Toen we daar waren en we voor aanvang van wedstrijd in het stadion zaten, speculeerden we al over nóg een trip naar Schotland, ‘maar dan echt’: een auto huren en de wilde natuur in, de Schotse Hooglanden zien, de lochs en glens.

Zo geschiedde. We huurden een auto, boekten B&B’s, hostels en en een bothy en stippelden onze route uit. Over het water, door de bergen, langs de kust. Een prachtvakantie, en ook nu (twee maanden later) scroll ik nog een paar keer per week door mijn Instagram-feed om de foto’s te bekijken.

Na deze vakantie weet ik het echt zeker… niets dan liefde voor Schotland.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Naïef of sterk?

J’ai vu des gens tendre les bras et leurs deux doigts levés
Leur majeur et leur index toujours en forme de “V”
J’ai donc demandé ce que ce symbole pouvait signifier
Et bien personne ô grand personne n’a pu me l’expliquer
Serait-ce un signe de paix
Ou bien le “V” de violence
Quelqu’un sait ce qu’il avance
Ou ce qu’il fait ? *
Stromae – Peace or Violence

De wekker luidt om zeven uur mijn dag in, en om half acht schuif ik achter mijn laptop om mijn werkdag te beginnen. Een ietwat ongebruikelijk tijdstip, maar in de loop van de ochtend heb ik een afspraak bij de fysiotherapeut, dus het is fijn om voor die tijd alvast wat te kunnen doen. Op 3FM hoor ik Giel ietwat schor praten over ontploffingen op vliegveld Zaventem, Brussel. Me onbewust van de aard en ernst van de situatie, schenk ik er weinig aandacht aan. Het zal wel.

In de behandelkamer van de fysiotherapeut komen de ontploffingen ook ter sprake. Ja, het schijnt wel een aanslag te zijn. Mijn broer woont in Brussel, dus het zal voor hem wel vervelend zijn, maar hij woont in een héél ander gebied. Niks aan de hand dus. Na de behandeling rijd ik door naar de trein, want ik werk ’s middags op kantoor.

Heb jij iets van Arjan gehoord? 

Hebben jullie al iets van Arjan gehoord?

Oh. Oké, blijkbaar heb ik de situatie verkeerd ingeschat. Mijn omgeving maakt zich zorgen. Inmiddels bereikt mij het nieuws dat er bommen zijn ontploft op metrostations. Een vriend in Brussel deelt op Facebook een safety check, en meldt dat hij en zijn vrouw in orde zijn. Ik stuur mijn broer een berichtje, en na tien minuten ook mijn moeder. Van haar krijg ik gelukkig vrij snel de bevestiging dat alles oké is.

Ik twijfel of ik me moet schamen of juist trots moet zijn dat ik me niet direct zorgen maakte om mijn broer: is het struisvogelpolitiek of kracht om niet bang te zijn? De waarheid ligt misschien ergens in het midden, en daar ben ik blij mee. Een beetje naïviteit is misschien nodig om dapper te zijn.

Ik ben niet dom, natuurlijk kan er iets ergs gebeuren, maar ik ga niet met angst de deur uit. Ik hoop en denk dat dit ook voor mijn broer geldt. Die is gewoon naar zijn werk gegaan vanmorgen, en mopperde in november na de aanslagen in Parijs voornamelijk dat het zo onhandig was dat de winkels in Brussel gesloten waren, en dat de metro’s niet reden.

Ik hoop dat er meer mensen naïef en sterk genoeg zijn om niet bang te zijn.

 


*) vertaling citaat: I’ve seen people stretch out their arm and raise two fingers / Their middlefingers and forefingers always in a “V” shape / So then I asked what this symbol could mean / Well no one, not a soul could explain to me / Could it be a peace sign? / Or the “V” for Violence / Does somebody know what they declare / Or what they do?

In de trein

“Ik zou wel iets willen, maar dan wel klein. En onopvallend.”

“Alles met kleur vind ik eigenlijk lelijk. Maar dan ook echt alles.”

“Het is nu wel hip, maar is het dat over 20 jaar ook nog?”

Drie meisjes in de trein hebben het over tatoeages. Het is winter, en zeker vier lagen kleding bedekken de inkt op mijn bovenarm.  Groot. Opvallend. Gekleurd…

Hip? Shit.

Wat moet ik hier over 20 jaar wel niet van denken?

Wie is de mol? 2015 – Aflevering 2: Scheepsrecht

Vorige week wist ik het écht nog niet. Maar na die eerste uitzending uitgebreid te hebben teruggekeken, begon zich een tunnel te ontvouwen: Marlijn = mol. Die tunnel is nog niet helemaal uitgekristalliseerd.

Chaos in de gallery
De aflevering begint met een briefje van de mol (aan de mol?): Marlijn moet in de volgende opdracht 100 euro ‘uit de pot kijken’. Wat dat inhoudt wordt al snel duidelijk. In de eerste opdracht moet de groep in 30 seconden alle schilderijen in een museum in zich opnemen, om deze vervolgens in dezelfde compositie te reconstrueren in een lege zaal.

Afhankelijk van het resultaat kan er 1000 of 2000 euro worden verdiend, en 10 seconden kijken in de originele zaal kost 100 euro. Marlijn weet niet hoe snel ze naar die zaal moest rennen (en gaat voor de zekerheid nóg maar een keertje kijken), maar verschillende anderen zijn ook niet zuinig: met bezoekjes van onder anderen Viktor, Evelien, Carolina en Chris blijft er slechts 100 euro over van de uiteindelijk verdiende 1000 euro. Margriet elleboogt zich met overgave een weg naar het penningmeesterschap (en daarmee naar haar joker).

Onderweg naar de bioscoop
Bij het ontbijt belt Art; hij nodigt drie personen uit voor een bijzondere voorstelling en de rest mag in tuktuks door de stad toeren. Carolina, Martine en Marlijn krijgen een bijzondere show met obscure reclames, een joker-hotline en drie routes door de stad. Na een bericht te hebben ingesproken op Arts voicemail hebben ze een joker in de pocket en begeleiden ze de drie teams door de stad. Dat gaat niet in alle gevallen even goed. Rik heeft aan beide kanten schreeuwende vrouwen; aan de telefoon een panische Marlijn en naast hem een boze Margriet. Carolina beschrijft een route bij een heel ander team hoort (en durft achteraf nog te zeggen dat ze vond dat Martine dom deed).

Marlijn weet ineens weer wat er in de buurt van de bioscoop stond: een grote, witte… Ja, wat eigenlijk? Een koepel, oppert Rik nog, maar nee: een eikel. Uiteindelijk weten de drie teams ondanks alles toch op tijd de bioscoop te bereiken. Drie keer 500 euro in de pot.

Sjouwen en zeulen
Dan is het tijd voor wat harde arbeid: een minder spannend staaltje zweetwerk waarbij twee teams van drie personen zwoegend met een zware kar door de stad zeulen, en één team van drie personen zakken rijst uit een vrachtwagen sjouwt. Viktor wordt door de locals uitgejouwd omdat hij zijn vrouwen het werk laat opknappen, en Rik vraagt zich af waarom ‘zij van Opzij’ met haar emancipatie niet even bijspringt, maar dat is dan ook zo ongeveer het spannendste wat er in deze opdracht gebeurt. Resultaat: er is niets van de kar gevallen dus ka-ching.

Test en executie
Bij de test is het weer een wirwar van wijzende vingers. Evelien verdenkt Chris en Margriet. Chris verdenkt Carolina. Carolina verdenkt Chris en Martine. Viktor verdenkt Chris en Rik. Rik verdenkt Marlijn. En dat is zo ongeveer alles wat we te weten komen, voor we overschakelen naar de scheutige penningmeester Margriet. Zij moet 200 euro achterlaten in ruil voor de joker en vindt dat een koopje. Ajouad zet zijn tweede vrijstelling in. Chris kijkt er zuur bij, maar krijgt wel groen (wat er met Ajouads mysterieuze tipgever is gebeurd, die zijn andere joker zou krijgen, is een raadsel). Dat geldt ook voor Margriet en Rik, maar niet voor Evelien, die het strijdtoneel verlaat.

Maar wie is nou die mol?
Geen idee. Misschien toch echt Marlijn, die op één van de kamers zat waar de mol toevallig een briefje had neergelegd, die daar deze week gretig gebruik van maakte door twee keer 100 euro weg te spelen, en die vandaag in de bioscoop een joker verdiende (als één van de drie… is scheepsrecht?). Maar… pin me er niet op vast.

Daahaag, Zwarte Piet…

Zonder donker kan het licht zichzelf niet kennen
Vandaar de onwetendheid rond vijf december
Typhoon – Van de regen naar de zon

Afgelopen mei was ik op een cursus in Barcelona. Twee dagen zat ik in een zaal met twintig anderen uit verschillende landen. Er was één Belg, met wie ik niet meer dan drie zinnen in het Nederlands heb gewisseld, maar verder was Engels de voertaal met alle Spanjaarden, Britten, Italianen, Slovenen…

Het was voornamelijk strictly business, natuurlijk: er was een vol programma waarbij verschillende onderwerpen en sprekers aan bod kwamen. Tussendoor was er wel wat tijd voor small talk. En waar heb je het met een Nederlander over? Sport: één van de Spanjaarden takelde de WK-finale van vier jaar geleden uit de sloot en verheugde zich al op de eerste wedstrijd tussen Nederland en Spanje van het WK 2014 (als ik toen eens wist wat ik nu weet…), en de overweldigende score van de Nederlandse schaatsers op de Olympische Spelen in Sotsji passeerde uiteraard de revue. En ’s avonds bij het diner deed ik mijn best om de ins en outs van het gedoogbeleid te verklaren.

Maar mijn God, wat was ik blij dat niemand over Zwarte Piet begon.

Want hoewel ik mijn gezicht vorig jaar nog (met groot plezier) zwart heb laten schminken voor een middagje lol op een basisschool en in een bejaardentehuis, begint de ongemakkelijkheid van de hele traditie meer en meer aan me te knagen.

Ik geloof natuurlijk heus dat het merendeel van Nederland het niet kwaad bedoelt, maar natuurlijk is het behoorlijk fout dat een oude, rijke, blanke man een ontelbaar aantal helpers heeft met donkere huidskleur, die allemaal één voornaam delen en verder eigenlijk nauwelijks een identiteit hebben. Tel daarbij op de gekke pakkies, de rode lippen en de gouden oorringen, en je verdwijnt liever onder tafel als iemand uit het buitenland je ondervraagt over dit bijzondere Nederlandse volksfeest. Leg dat maar eens uit. Plaatsvervangende schaamte alom.

Laat ik het dan maar zeggen: ik vind Zwarte Piet een onhoudbaar cultureel fenomeen. Ik schaam me voor de drogredenen en racistische kulargumenten waarmee veel van mijn (blanke) landgenoten dit fenomeen goedpraten, en ik schaam me voor Mark Rutte die Zwarte Piet met een populistisch kletsverhaal denkt te moeten verdedigen. Ik denk dat we beter af zijn zonder Zwarte Piet, en dat dit land genoeg creatieve geesten telt om eens iets nieuws te bedenken qua helpers van de Sint (in welke kleur of vorm ook). Al was het maar omdat ik dit gespreksonderwerp dan nooit meer hoef te vrezen als ik met iemand uit een ander land praat…

Ik weet dat het juli is, en dat die pakjesboot nog een aantal maanden in Spanje aangemeerd blijft, en dat dit hele verhaal daarom misschien niet zo urgent lijkt… Maar met de komst van Verene Shepherd en haar VN-werkgroep is dit de laatste tijd tóch een actuele kwestie. En het knaagt aan me, vandaar dit artikel ondanks dat het juli is. Ik vind niet dat Zwarte Piet van hogerhand verboden moet worden; ik vind dat Nederland zélf beter zou moeten weten en actie moet ondernemen. Het is verdomme 2014.

Onbestemd

My ownership, my formula, my property, my thought, my reason
My blessing, and my silence
My lust, and my practice
The Veils – Lions After Slumber

Eerder deze week werd ik terug in de tijd geslingerd.

Een onbestemd gevoel, de haast verslaafde hang naar woorden, het idee ik moet nu wat schrijven. Dat schrijven lukte niet, dus startte ik een koortsachtige zoektocht naar citaten die mijn gevoel onder woorden konden brengen. Misschien dat anderen voor mij het wel op papier hadden kunnen krijgen wat mij nu niet lukte. En waarom lukte het me verdomme niet, ik was toch zo goed met woorden of wat?!

Gewoon een moment van frustratie, woede, een cocktail van zelfmedelijden en zelfhaat… Ongrijpbaar en kortstondig, maar ik wilde het onder woorden kunnen brengen. Woorden helen altijd. Helaas suggereerden alle mooie citaten die ook maar een klein beetje in de buurt kwamen alleen maar hartenpijn en zelfmoordneigingen, en zó erg was het toch ook weer niet met me gesteld.

Ik bleef naarstig zoeken naar dat éne liedje dat mijn gedachten verwoordde. In de tussentijd kwam ik langs alles wat ik grofweg tien jaar geleden luisterde, en flikkerden herinneringen op in mijn hoofd. Ik schreef altijd al mijn gedachten en gevoelens op, maar mijn dagboeken van toen zijn vernietigd, mijn oude blogs verdwenen. Gelukkig draagt de muziek die ik toen luisterde de herinneringen nog altijd mee.

Zo zapte ik langs nummers van Turin Brakes en I Am Kloot, en vele, vele andere artiesten. Alleen het snerpende stemgeluid van Finn Andrews van The Veils kwam een beetje in de buurt. Like lions after slumber in unvanquishable number. Je hoeft maar half te weten wat dat betekent om de urgentie daarvan te voelen. Toch voelde het puberaal dat ik mijn gevoel wilde verbinden aan zo’n woest nummer…

Nu ben ik allang weer bijgekomen. Blij dat mijn drang om te schrijven toch écht nog zo nu en dan de kop opsteekt, en blij dat ik al die nummers vol herinneringen weer eens heb gehoord. Ik ga ze heel veel draaien de komende tijd.

Brillioot

Brillenjood. Het heeft even (lees: járen) geduurd voor ik erachter kwam dat het brillenjood en niet brillioot was, als een soort samenvoeging van bril en idioot. Dan had ik het eigenlijk nog wel een mooi woord gevonden, ondanks het vrij debiele gebruik ervan.

Tessa brilIk was nog geen vier, keek zo scheel als een otter, had een afwijking +5 en een dikke pleister met plakplaatjes op één van mijn ogen. En toen kreeg ik een bril, met dikke ronde glazen en een rood montuur met zwarte sterretjes erop. Volgens de overlevering kwam ik er bij het opzetten van de bril achter dat er een fijn patroon van steentjes op de tegels van het winkelcentrum te zien was… Die steentjes had ik daarvoor nog nooit gezien.

Laten we wel wezen: ik heb geen pesttrauma. Maar eerlijk is eerlijk, je bent niet de vlotste van de klas met zo’n ding op je neus. En brillenjood, brilsmurf en aanverwante titels komen je op een gegeven moment ook wel je neus uit. Ik was verlegen en stond niet graag in de spotlights; ik begaf me op de basisschool vaak op de achtergrond en kleurde al zo rood als mijn montuur als de juf ook maar mijn naam uitsprak.

De ontwikkeling van de techniek en/of de vooruitgang van mijn ogen zorgden ervoor dat de glazen van de bril die daarop volgde, en de bril die daarop volgde, en de bril die daarop volgde, minder jampotterig waren. Het werd ‘minder erg’, ik wende eraan… Maar ik bleef een verlegen meisje, en ik bleef dat toch een beetje aan mijn bril wijten. En op m’n achttiende zwoor ik ‘m af. Ik kreeg lenzen en zou nooit meer een bril opzetten.

De moraal van dit verhaal: zeg nooit nooit!

bril Tessa 1

Dotty, Sokje & Mimi

Een jaar of drie geleden was ik een beetje sceptisch. Ja, ik wilde wel een huisdier, maar ratten? Ik was een parkiet gewend, en mijn enige ervaring met ratten was weinig positief: een kortstondig oppasavontuur met twee antisociale stinkerds, dat voor mijn moeder eindigde met een tetanusprik. Maar ik wilde het een kans geven nadat ik me had laten overtuigen door vele positieve verhalen en een overdosis aan veel te schattige plaatjes op internet. Tamme ratjes, ahhhhhh.

En als het me niet zou bevallen… Ach, zo oud worden ze niet.

We vonden hobbyfokkers (een rattery) die nog een onderkomen zochten voor twee ratjes uit hun meest recente nestje, en een paar dagen later reden we naar Zuid-Holland om de twee jonge beestjes op te halen. In de auto naar huis bedachten we de namen: Dotty, de nieuwsgierige heldin, vernoemd naar de meisjesmuis uit Rescue Rangers, en Sokje, de heldin op sokken met de witte pootjes.

De beestjes waren enorm handtam, lief, nieuwsgierig en mensgericht. Ze waren zo lief samen. Ze waren grappig als ze door de mouwen van je trui kropen en kriebelden. Ze waren schattig met kleine stukjes eten in hun knuistjes. Ze hadden allebei geheel eigen karaktertjes.

Na ruim een halfjaar kreeg een van hun zusjes een nestje, en zwichtten we voor een nichtje van Sok en Dotty. En weer reden we naar Zuid-Holland om onze nieuwe aanwinst op te halen: een dumboratje dat we Mimi noemden (want dat is Japans voor ‘oren’, en Mimi’s oortjes waren de leukste ooit). Wat waren ze lief met zijn drietjes! Ze lagen zo leuk naast/op/onder/over elkaar heen te slapen, ze zorgden zo goed voor elkaar. Soms was er even herrie in de tent, maar vijf minuten later lagen ze weer samen.

Maar helaas… Zo oud worden ze niet.

In maart hebben we Dotty moeten inslapen. Dotty, onze luie vreetzak, kreeg een verlamming in haar achterlijfje en kon zich niet meer goed voortbewegen. Heel sneu. Daarna ging het een tijd goed, maar afgelopen week is Sokje overleden aan een tumor. Daarna ging het plotseling heel rap bergafwaarts met Mimi, die we vanavond helaas ook hebben moeten laten inslapen.

Over vier weken krijgen we nieuwe jonge ratjes. Dat stond al een tijdje op de planning. We hadden steeds het idee dat die gekke Mimi ze nog wel even onder de duim zou houden, maar nee: de komende vier weken staat er een lege kooi in de kamer. Ik kijk steeds opzij naar hun vaste stekkie, maar er ligt geen pluizebolletje te slapen, er zit geen beestje met ’t koppie in de voerbak, er is geen lief diertje met nestmateriaal aan het zeulen.

Het is stil in huis zonder Dotty, Sokje en Mimi.

Image